Ontslag door geschrapte bezuiniging Passend onderwijs niet meer aan orde

Ontslag door geschrapte bezuiniging Passend onderwijs niet meer aan orde en één jaar meer tijd voor invoering

Minister van Bijsterveldt heeft in een brief aan de Eerste Kamer aangegeven wat de gevolgen zijn van het wegvallen van de bezuinigingen op Passend onderwijs en welke mogelijkheden dit meebrengt om tot fasering van de invoering van het nieuwe stelsel te komen. Hiermee staat nu officieel zwart op wit dat de complete bezuiniging van de baan is. Schoolbesturen kunnen eventuele ontslagaanzeggingen intrekken, schrijft de minister. Verder wil ze één schooljaar langer de tijd te nemen om de invoering van Passend onderwijs vorm te geven. Ook is er geen reden meer om klassen in het (v)so te vergroten. Als de Eerste Kamer de behandeling van het wetsvoorstel afrondt vóór 1 augustus aanstaande, hebben schoolbesturen nog twee schooljaren de tijd om zich voor te bereiden; per 2014/2015 wordt de zorgplicht dan ingevoerd.

Eerder schreef minister Van Bijsterveldt in een brief aan de Eerste Kamer al dat er door het schrappen van de bezuiniging ruimte is om meer tijd te nemen voor de invoering van het nieuwe stelsel. De Vaste Kamercommissie van OCW verzocht de minister daarop om preciezer en concreter aan te geven wat de gevolgen zijn van het wegvallen van de bezuinigingen en welke mogelijkheden dit schept om tot fasering van de invoering van het nieuwe stelsel te komen. Na overleg hierover met de vak- en sectororganisaties, waaronder de AVS, heeft Van Bijsterveldt de Eerste Kamer offi cieel bericht dat de stelselherziening Passend onderwijs inderdaad niet gepaard gaat met de aanvankelijk voorgenomen bezuiniging van Y 100 miljoen in 2013, € 200 miljoen in 2014 en € 300 miljoen vanaf 2015. “De oorspronkelijk geplande bezuiniging is dus geen reden meer om klassen in het (voortgezet) speciaal onderwijs te vergroten. Daarnaast is er meer geld beschikbaar voor extra ondersteuning aan leerlingen om een passend onderwijsprogramma te bieden. Dit geld gaat naar de schoolbesturen in het samenwerkingsverband,” aldus de minister.

Ontslag intrekken
Nu de aanvankelijk voorgenomen bezuiniging in zijn geheel niet wordt doorgevoerd, kunnen schoolbesturen eventuele ontslagaanzeggingen die het directe gevolg zijn van de bezuiniging intrekken. In het overleg tussen het ministerie van OCW en de vak- en sectororganisaties dat 10 mei plaatsvond, is dit door alle partijen geconcludeerd. Ook is geconcludeerd dat er sprake blijft van personele gevolgen door het verleggen van geldstromen als gevolg van de voorgenomen stelselwijziging. Het gaat hierbij onder meer om het verleggen van de geldstroom voor ambulante begeleiding. Dit houdt in, rekening houdend met de fasering, dat tot aan schooljaar 2016/2017 de middelen voor ambulante begeleiding besteed moeten blijven worden aan de inzet van ambulant begeleiders, tenzij er afspraken zijn gemaakt over de overname van personeel door het nieuwe samenwerkingsverband. “Doel is om gezamenlijk te komen tot een kader voor de personele consequenties van het nieuwe stelsel”, schrijft Van Bijsterveldt.

Fasering
Ten aanzien van de fasering van de invoering van het nieuwe stelsel Passend onderwijs is het voornemen van de minister om één schooljaar langer de tijd te nemen om de invoering vorm te geven. Dit betekent dat zo spoedig mogelijk na aanvaarding en publicatie van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer, de regio-indeling in een ministeriële regeling wordt vastgesteld. Als de Eerste Kamer de behandeling van het wetsvoorstel afrondt vóór 1 augustus 2012, hebben de schoolbesturen in de regio’s vervolgens twee schooljaren de tijd (2012/2013 en 2013/2014) om zich voor te bereiden op het nieuwe stelsel. Met ingang van schooljaar 2014/2015 wordt vervolgens de zorgplicht ingevoerd. Het gaat dan om de bestuurlijke inrichting van het samenwerkingsverband en het opstellen van het ondersteuningsplan met daarin als belangrijkste onderdelen de invulling van de basisondersteuning en de toewijzing van extra ondersteuning. Verder is er dan meer tijd voor de medezeggenschap van ouders en leerkrachten, de afstemming met de jeugdzorg en het overleg met gemeenten, de professionalisering van leerkrachten en een goede informatievoorziening naar ouders, aldus Van Bijsterveldt.

 

Bron: AVS