Fictieve dienstbetrekking verhindert aftrek autokosten

Verricht men werkzaamheden als ondernemer, dan kan men de daarvoor gemaakte autokosten in aftrek brengen bij de aangifte. Verricht men echter de werkzaamheden in (fictieve) dienstbetrekking, dan kan van aftrek geen sprake meer zijn.

Een man neemt het niet zo nauw met het doen van belastingaangifte. Voor de jaren 2003, 2004 en 2005 doet hij te laat aangifte, waarbij hem voor de laatste twee jaren een verzuimboete wordt opgelegd. Voor het jaar 2007 verzuimd hij weer, waarna de inspecteur in 2009 de aanslag ambtshalve vaststelt naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 37.042. Gelijktijdig met de aanslag krijgt de man een verzuimboete van € 1.134. December 2009 dient de man een bezwaarschrift in en doet gelijktijdig elektronisch aangifte voor het jaar 2007. De aangifte vermeldt € 5.112 als loon uit dienstbetrekking (voor zijn betrekking als voetbaltrainer) en € 1.71 ingehouden loonheffing. Voorts is als resultaat uit overige werkzaamheden een bedrag vermeld van € 27.000. Als kosten bij het resultaat uit overige werkzaamheden is een bedrag van € 17.083 vermeld, waarvan € 14.911 aan diverse brandstof- en autokosten. De aanslag is bij uitspraak op bezwaar naar een lager verzamelinkomen vastgesteld, maar hierbij zijn de autokosten niet in aftrek toegelaten en is de verzuimboete gehandhaafd.

De partijen blijven verschil van mening houden over de autokosten en de verzuimboete. Voor de rechtbank betoogt hij dat de autokosten ten onrechte niet in aftrek zijn toegelaten. In 2007 had hij naast zijn dienstbetrekking als voetbaltrainer werkzaamheden verricht voor een financiële dienstverlener. Hij stelt dat de werkzaamheden in kader van een onderneming zijn verricht en dat de autokosten als zakelijke kosten in aftrek kunnen worden gebracht. De rechtbank stelt dat de man aannemelijk moet maken dat hij in het betrokken jaar als ondernemer kon worden aangemerkt. Met hetgeen hij heeft aangevoerd acht de rechtbank hem in deze bewijslast niet geslaagd. Met de inspecteur is de rechtbank van mening dat de arbeidsverhouding van de man kan worden aangemerkt als een (fictieve) dienstbetrekking. De Wet op de loonbelasting bepaalt immers dat het krachtens een overeenkomst geregeld bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten kan worden gezien als een dienstbetrekking, mits men uitsluitend voor de opdrachtgever bemiddelt en de bemiddeling geen bijkomstige werkzaamheid is. Nu de man niet kan worden aangemerkt als ondernemer en de werkzaamheden moeten worden aangemerkt als verricht in dienstbetrekking, is aftrek van de autokosten niet mogelijk.

Voor het hof gooit de man het over een andere boeg en betoogt hij dat de inkomsten uit de bemiddeling moeten worden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. Maar ook het hof krijgt hij niet mee. Volgens het hof heeft de rechtbank terecht beslist dat de werkzaamheden moeten worden aangemerkt als een (fictieve) dienstbetrekking. Wat betreft de boete stelt de man dat deze gematigd moet worden, omdat van een vierde verzuim geen sprake is. Hierin krijgt hij het hof mee. Volgens het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst moet een niet beboet verzuim buiten beschouwing blijven. Het verzuim bij de aangifte over 2003 telt dus niet mee en de boete wordt gehalveerd.

Bron: Hof Den Haag