Op 18 juni heeft minister Kamp de Hoofdlijnennotitie aanpassing ontslagrecht en WW naar de Tweede Kamer gestuurd. De Hoofdlijnennotitie is een uitwerking van de afspraken over ontslag en WW die de Tweede Kamerfracties van VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie hebben gemaakt in het begrotingsakkoord 2013. Vanwege het belang van de voorgestelde hervormingen wil de minister nog voor het zomerreces met de Kamer hierover spreken. Dit najaar volgt dan een wetsvoorstel. Ook de Sociaal Economische Raad wordt de mogelijkheid geboden zich over deze materie uit te spreken.
Volgens minister Kamp versterken de voorstellen de werking van de arbeidsmarkt: ze leiden tot meer mobiliteit, minder tweedeling tussen tijdelijke en vaste contracten en meer scholing. Dit zal uiteindelijk leiden tot een hogere arbeidsproductiviteit en een versterking van de economische positie van Nederland. De minister ziet ook voordelen voor de werknemers zelf: zij komen sneller en vaker terecht op de plek waar hun capaciteiten het beste tot hun recht komen.
Volgens de voorstellen komt er één route voor het ontslaan van werknemers. Het huidige stelsel van twee verschillende ontslagroutes, via het UWV of via de rechter, is volgens het kabinet nodeloos ingewikkeld en kan in gelijke situaties leiden tot ongelijke uitkomsten.
Volgens de Hoofdlijnennotitie mag een werkgever straks een werknemer ontslaan zonder toetsing vooraf. De opzegtermijn van werkgevers en werknemers om een contract te kunnen beëindigen, wordt voortaan twee maanden voor iedereen. De werkgever moet het ontslag wel goed motiveren. Ook moet een hoorprocedure worden gevolgd waarbij de werkgever het ontslag aankondigt en de werknemer hierop kan reageren. Is de werknemer het niet eens met het ontslag, dan kan hij of zij naar de rechter stappen. Het kabinet gaat er daarbij vanuit dat werkgevers en werknemers zich in ieders belang inspannen om de hoorprocedure zo zorgvuldig te voeren dat een onnodige gang naar de rechter wordt voorkomen.
Een andere wijziging is dat de werkgever de kosten gaat dragen van de eerste periode van werkloosheid van de ontslagen werknemer met tijdelijke of vaste contracten, tot maximaal zes maanden. De precieze vormgeving moet nog worden uitgewerkt. De extra kosten voor werkgevers worden gecompenseerd door lagere ontslagkosten. Dit motiveert werkgevers om werknemers te helpen bij het snel vinden van nieuw werk. De overheid bespaart door deze maatregel één miljard euro per jaar.
Werknemers krijgen vanaf 2014 bij ontslag een zogenoemd ‘transitiebudget’. Dat bestaat uit een kwart maandsalaris per gewerkt jaar, met een maximum van een half jaarsalaris. Het transitiebudget komt in de plaats van de huidige ontslagvergoeding en geldt in beginsel voor zowel vaste als tijdelijke werknemers. Het kabinet wil werkgevers en werknemers stimuleren te investeren in scholing tijdens en na afloop van een baan om zo snel nieuw werk te vinden. Er wordt nog bezien of ten aanzien van dit transitiebudget voor ontslagen werknemers met een tijdelijk contract de recent gemaakte scholingskosten verrekend kunnen worden.
Kamp verwacht dat met deze hervormingen van de arbeidsmarkt de arbeidsmobiliteit van met name ouderen toeneemt. Oudere werknemers zitten volgens de minister nu vaak gevangen in hun huidige baan, omdat ze bij doorstroming naar nieuw werk zekerheden, zoals een hoge ontslagvergoeding, kwijtraken. De verwachting is dat door meer mobiliteit de arbeidsproductiviteit stijgt met 0,4% van het BBP, wat een structurele verbetering van de welvaart oplevert van 2,5 miljard euro.
Bron: Min SZW