In 2004 werd duidelijk dat een werknemer ten onrechte was ontslagen door zijn werkgever. De rechter veroordeelde de voormalig werkgever tot nabetaling van het ten onrechte niet betaalde loon en reparatie van het pensioengat. Zou werkgever hieraan niet voldoen, dan kostte dit de werkgever €250,00 per dag. Werkgever voldeed niet aan het vonnis en diende uiteindelijk €35.000,00 aan werknemer als verbeurde dwangsom te betalen. Na aftrek van loonbelasting en premie volksverzekeringen betaalde de werkgever het netto bedrag. Werknemer vond dat hij recht had op €35.000,00 en ging in hoger beroep.
In 2011 deed de Hoge Raad uiteindelijk uitspraak. Die besliste dat omdat de dwangsom voortkwam uit de destijds bestaande dienstbetrekking, de dwangsom als loon belast diende te worden.